maandag 9 april 2012

De Grote Jezus Quiz


Nadat de EO met ‘The Passion’ op een geweldige manier aandacht had gegeven aan het lijdensverhaal van Jezus Christus zat ik vol spanning voor de buis om ‘De Grote Jezus Quiz’ te kijken. Ik zal eerlijk bekennen dat na het succes van The Passion mijn verwachtingen behoorlijk hooggespannen waren. En dat is altijd lastig, want met Jezus Christus als hoofdonderwerp schiet je al snel te kort. Dus dat het gebeurde was niet erg. Hoe het gebeurde was wel erg. Heel erg.

Het is bijna knap hoe de EO er in is geslaagd om een quiz over Jezus zo inhoudsloos te maken. Schaterlachen omdat twee bekende Nederlandsters bekennen dat ze of vreemd zijn gegaan of dat nog steeds doen. Twee meisjes die niet zo snugger zijn nog verder voor gek zetten dan de commerciële zenders al gedaan hebben door ze het Paasverhaal te laten vertellen. En dan als ‘grande finale’ de deelnemers laten lopen over water, ik vond het symbolisch dat het sommige kandidaten wel ‘lukte’ terwijl de EO met deze quiz niet eens in staat was te voorkomen dat ze door het ijs zakte. Dezelfde Evangelische Omroep die het programma ‘Loopt een man over het water’ besloot niet uit te zenden stond deze uitzending wel toe. Ik wil niet weten wat er allemaal in ‘Loopt een man over het water’ over Jezus werd gezegd, maar ik kan me bijna niet voorstellen dat het erger was dan wat ik vanavond heb moeten aanzien.

Maar ik vrees dat we ons als Christenen morgen nog ongeloofwaardiger maken dan dat de EO vanavond onbedoeld heeft gedaan. Want morgen gaat de telefoon bij de EO. Niet één keer, niet twee keer, maar waarschijnlijk tientallen keren, wellicht honderden keren. Allemaal mensen die hun abonnement bij de EO op zullen zeggen.  En dat is nog erger dan de Grote Jezus Quiz. Dat we een dag nadat we met elkaar hebben gevierd dat onze zonden vergeven zijn, niet in staat zijn om de EO deze fikse uitglijder te vergeven. Dat zou pas echt ongeloofwaardig zijn. Laten we een stukje van het beeld dat ‘De Grote Jezus quiz’ wellicht heeft opgeroepen herstellen. Gewoon door niet te bellen.

vrijdag 16 september 2011

De mysterieuze tomatengooier

Het is twintig september 2011. Een klein mannetje loopt, weggedoken in zijn 'inspector gadget' jas, over de Lange Voorhout in Den Haag. In zijn zak heeft hij twee overrijpe tomaten die zijn overgebleven na de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen. Een tomaat voor elke fractievoorzitter die zijn partij versleten heeft. Toegegeven, dat zijn er niet zoveel. Wat dat betreft had hij beter lid kunnen zijn van de PvdA, dan had hij een boodschappentas vol tomaten gehad.

De afgelopen weken, terwijl zijn collega's van links tot rechts druk bezig waren met de eurocrisis en de uitgelekte miljoenennota, had hij zichzelf opgesloten op zijn werkkamer aan het binnenhof. Zijn computer had overuren gemaakt, maar dit was belangrijk. Hij wist gewoon dat hij goud in handen had! Hij lacht om zijn eigen woordgrap en wurmt zich door de mensenmassa naar voren tot hij op de eerste rij staat.

Nederland had niet naar hem willen luisteren toen hij, op de dag nadat de miljoenennota uitgelekt was, zijn baanbrekende nieuws naar buiten had gebracht tijdens een uitzending van éénVandaag. Op het beeldhouwwerk van de Gouden Koets was een tafereel uit de tijd van de slavernij afgebeeld. De google-afbeeldingen die hij gedurende de zware week die achter hem lag had verzameld logen er niet om. Op de Koets staan donkere mensen afgebeeld die al knielend een geschenk aanbieden aan de Koningin! Deze afbeelding moest worden verwijderd en hij vond een politiek medestander in de persoon van Mariko Peters, normaal gesproken zelf niet vreemd van het aanbieden van politieke cadeautjes. Ondanks zijn gloedvolle verwijzing naar de politionele acties die hij maakte tijdens zijn interview bleek niemand zich er verder druk om te maken.

Daarom staat hij nu hier, op het punt geschiedenis te schrijven. Hij weet precies waar de gewraakte afbeelding op de koets zich bevindt en is ervan overtuigd dat hij minstens een van de twee tomaten op dit beeldhouwwerk moet kunnen mikken. Hij kijkt op en ziet de eerste paarden de hoek om komen, gevolgd door de Gouden Koets.

Zijn socialistische hand klemt zich stevig om een van de twee tomaten in zijn jaszak en als de Koets recht voor hem langs rijdt heft hij hand en zijn tomaat op en werpt de overrijpe substantie zo hard als hij kan richting de koets. Mis. Snel pakt hij de tweede tomaat en haalt opnieuw uit, maar voordat hij het resultaat van zijn tweede worp kan zien stort anderhalf peloton ME'ers zich op zijn gebogen rug en wordt hij vakkundig naar de grond geknuppeld.

Die avond is hij weer in het nieuws. Hij kijkt in zijn cel terwijl de nieuwslezeres het volk meldt dat Harry van Bommel is opgepakt. Beide tomaten hebben hun doel gemist, net zoals zijn partij al een aantal jaar. Hij staart uit zijn celraam naar buiten en ziet nog net hoe de waxinelichthouder-gooier na een jaar cel de gevangenis opgelucht verlaat.

zondag 4 september 2011

Kinderwagen vragen

De vreemde wereld waarin ik terecht ben gekomen sinds er een kindje op komst is, is eigenlijk niet te beschrijven. Reden dat ik het toch probeer is dat ik het voor mezelf weer allemaal op een rijtje probeer te krijgen. Want één middag, een babywinkel en een bijbehorende verkoopsters blijken genoeg om mijn wereld overhoop te halen.

Een niet nader te noemen winkelketen met een paars en roze hartje als logo is de eerste halte. Ons doel: niks kopen, maar zoveel mogelijk informatie inwinnen. Informatie over kinderwagens. Wij wonen in een bovenwoning en hebben niet veel ruimte dus ons eisenpakket is erg overzichtelijk: we willen een lichte, makkelijk opvouwbare en veilige kinderwagen. Gezien ons overzichtelijke eisenpakket koester ik de hoop dat we binnen afzienbare tijd weer buiten staan. Deze hoop wordt de grond in geslagen als ik het assortiment kinderwagens zie. De showroom van een middelgroot autobedrijf is er niks bij. Nadat we zelf een tijdje hebben rondgekeken besluiten we dat enige hulp bittere noodzaak is en dus we spreken een van de daar rondhuppelende verkoopsters aan. Terugkijkend de grootste fout die ik de afgelopen weken in mijn leven heb gemaakt.

De aangesproken verkoopster stort zich op ons met een angstaanjagend fanatisme. Ze leeft blijkbaar in de veronderstelling dat wij zelf ook kleine kinderen zijn want we worden continue enorm betuttelend toegesproken. Het is wachten op het moment dat ze ons probeert een schone luier te geven. Na een aantal verbluffend intelligente vragen van haar kant (zoals: 'Is het voor u zelf?') komen wij met ons eisenpakket op de proppen. Ze luistert aandachtig, kijkt ons aan alsof ze ons zo allebei een rammelaar gaat geven en biedt dan aan de opties op een rij te zetten. Deze 'opties' die nu voor ons op een rij staan zijn stuk voor stuk peperdure kinderwagens met accessoires die ik nog niet eens voor mijn auto kan krijgen. Er blijven uiteindelijk drie kinderwagens over die volgens onze verkoopster makkelijk opklapbaar en licht zijn. Ze zal het ons wel even laten zien.

Met enig leedvermaak kijk ik toe hoe haar poging om kinderwagen 1 op te klappen uitmondt in een grondgevecht van vrouw tegen wagen dat ternauwernood wordt gewonnen door de vrouw. De kinderwagen in opgeklapte toestand heeft meer weg van een wegbezuinigde tank van de landmacht dan van een kinderwagen en mits je er een abonnement op de sportschool bijneemt krijg je het ding in geen jaren de trap op. Kinderwagen 2 bereikt nooit de opgeklapte stand omdat het juiste knopje onvindbaar blijkt en kinderwagen 3, nou, daar hoort een reiswieg bij. Even later komt ze enthousiast met de verkeerde reiswieg aanrennen en ik voel bij mezelf de neiging groeien om, in plaats van een kinderwagen, onze verkoopster zelf op te klappen. Mijn vrouw voelt dat soort dingen inmiddels intuïtief aan en zegt dat we maar eens moeten gaan. Nadat we nog even snel overladen worden met een vrachtlading reclamefolders voor kinderwagens staan we weer buiten.

Uitgeput stap ik in de auto. We hebben ons doel bereikt: veel informatie ingewonnen en niks gekocht, maar ik had nooit verwacht dat zelfs niks kopen zo'n hoge prijs zou hebben. In elk geval emotioneel dan.

dinsdag 16 augustus 2011

Eva

Eva was best duur, maar dan heb je ook wat. Ze weet wat ze wil en ze communiceert, in tegenstelling tot menig andere vrouw, helder en eenduidig. Ze lijkt in niets op haar naamgenote die ooit als eerste mens op deze aarde rondliep. Ze laat zich niet verleiden, al kan dat ook komen omdat ze nog nooit een sprekende slang heeft ontmoet. Ze is volgzaam en bereid om mij te helpen mijn doel te bereiken. En dan die stem, die prachtige stem met die zachte 'g' die menig hart doet smelten. Eva is mijn droomvrouw. Was mijn droomvrouw moet ik zeggen, want de laatste tijd doet ze anders.

Het was liefde op het eerste gezicht. Er was direct een 'klik.' Zij was in de aanbieding, ik had weinig geld. Dat doet toch iets. We gingen vaak samen op stap en steeds opnieuw ontdekten we mooie nieuwe wegen, kleine zandpaadjes en flitspalen. Zij liet me zien als ik te snel ging, speels, niet veroordelend. Ze vertelde ruim van tevoren wat ze van plan was en gaf me alle tijd en ruimte om daar aan te wennen. Ze gaf richting en snelheid aan, maar alleen als ik dat ook wilde. Ik wist zeker, dit gaat nooit meer over.

Maar de laatste tijd lijkt ze me op een dwaalspoor te zetten. In het begin dacht ik aan een vergissing, een ongelukje. Ik was, blind van de liefde, bereidt om haar het voordeel van de twijfel te geven. Maar toen ze drie weken achter elkaar sprak over een flitspaal die er niet stond vond ik het leuk geweest. Ik sprak haar er op aan. Eva zweeg. Ze werd minder koersvast en probeerde me te laten geloven dat de weg die ik koos de verkeerde was. Ik luisterde naar haar, maar toen ik elke keer opnieuw bedrogen uitkwam trok ik mijn eigen plan. En ja, ik had daarover best wat beter kunnen communiceren.
Enkele dagen later kwam de aap uit de mouw. Ze was boos omdat ik niet goed voor haar zou zorgen. Ik zou haar verwaarlozen. De beschuldigingen kwamen als een donderslag bij heldere hemel. Ik wilde het uitpraten, maar ze bleek niet voor rede vatbaar. Ze had een harde eis op tafel gelegd. Ze wilde updates, snel en veel. En dat was duur en tijdrovend. Ik voelde me bekocht. Eva en ik klikten juist zo goed vanwege de lage prijs en nu dit.

Ik weet inmiddels niet meer zo zeker of Eva en ik voor elkaar bestemd zijn. Uiteindelijk ben ik toch akkoord gegaan. Eva kreeg haar updates. Die waren duurder dan Eva zelf, maar ze zijn het waard. Het gaat tenslotte om het innerlijk. Toch is Eva veranderd. Ze lijkt verslaafd aan updates en wil er steeds meer. Ze is minder koersvast en ziet rotondes waar ze helemaal niet zijn. Maar ik weet hoeveel potentie ze heeft. Ik zal blijven knokken en zij ook. Ze probeert al tijden om de situatie 'om te draaien.' Dat noemt ze dan ook vaak hardop.

We zijn nog bij elkaar, al slapen we wel al tijden gescheiden. Zij in het dashboard-kastje en ik in bed. We moeten nog veel bespreken. Zo zegt Eva niet te roken, maar heeft ze wel om de zoveel tijd intiem contact met de sigaretten aansteker in mijn auto.  Kortom: we hebben nog veel te bespreken. En als we er echt niet uitkomen, ja dan heb ik geen keuze. Dan kies ik voor 'Bart.' Of voor een van de vele andere personages die ik, sinds de update, voor mijn TomTom kan downloaden.

dinsdag 2 augustus 2011

Morgan en Marianne

Al tijden heb ik een stille bewondering voor de Partij voor de Dieren en haar charismatische lijstaanvoerder: Marianne Thieme. Want of je het nu met ze eens bent of niet, het is een kunst om in ieder debat steeds weer uit te komen bij de bio-industrie, het onverdoofd ritueel slachten of de zwerfkattenproblematiek. Vol verwondering kijk ik vaak naar politiek24 en zie daar hoe Marianne Thieme met een onnavolgbare gedachtekronkel via de economische crisis plotseling uitkomt bij een te kleine stal met te veel dieren. Als varkens stemrecht zouden hebben was ze al lang minister president.

Maar nu, midden in het zomerreces, heeft Thieme haar absolute pronkstuk bewerkstelligt. In een maand waarin een mafkees tientallen mensen ombrengt in Noorwegen, een maand waarin tienduizenden mensen omkomen vanwege honger in de Hoorn van Afrika, een maand waarin de wereldeconomie verder onder druk komt te staan Twittert Thieme over Morgan. Morgan de Orka. Geen enkel bericht in haar Twitter timeline over onderwerpen die de hele wereld bezighouden, nee het gaat over weggegooide plastic zakjes in Amsterdam (pas maar op, binnenkort krijgt u daarvoor levenslang), over broedende raven in Friesland (u vroeg zich natuurlijk al af, waar waren die al tijd gebleven) maar vooral over Morgan.

Voor uw informatie: Morgan is een gestrande Orka (een dolfijnsoort voor diegenen die Free Willy gemist hebben) en al tijden onderwerp van gesprek. Wel of niet teruggooien in zee is de kernvraag en daarover procederen allerlei partijen zich nu al maanden een ongeluk. Geen wonder dat ons rechtstelsel overbelast is trouwens. Marianne maakt zich boos, nee woedend over deze kwestie. Je ziet haar al boos zitten zijn aan haar eettafel met haar vegetarische salade terwijl de konijnen om haar heen dartelen. Er moet iets gebeuren en snel! Daarom vraagt Thieme om een donatie. Ze heeft haar collega-politici een soort gironummer zien Twitteren de laatste tijd, iets met een paar 5-en erin, en denkt: dat kan ik ook! Dus roept ze haar hondstrouwe volgers op om geld te geven! Geld om een advocaat voor de Orka te betalen, want anders komt het arme beest in gevangenschap terecht.

Nu vind ik dat we goed moeten zorgen voor de wereld die aan ons is gegeven. Ik vind dat we moeten onderzoeken of zo'n beest beter af is in de natuur en zo ja, wat daarvoor de mogelijkheden zijn. Maar om, met al dit wereldnieuws, je positie als politica alleen te gebruiken om een Orka aan een advocaat te helpen vind ik stompzinnig. Misschien moeten we Marianne ook maar vrijlaten, gewoon in de oceaan, samen met Morgan. Want het kan niet anders dan dat ze zich opgesloten voelt in een te klein land, waarin allemaal kleingeestige mensen wonen die het alleen maar hebben over onbelangrijke dingen als een hongersnood, een schietpartij en een economische crisis. Arme Marianne.

vrijdag 29 juli 2011

De waarheid in een bus

'De ene dag breng ik dan bloemen. En dan zeg ik als ik wegga: Doeg schat, morgen breng ik weer een kaarsje. En dan heb ik het idee dat ze het misschien wel hoort. Nou, niet echt hoor. Ik ben al veertien jaar weduwnaar maar toch gaat het goed met me!'

Het is een warme Utrechtse dinsdagmiddag in buslijn 1 richting Overvecht. De oudere man praat maar door. Hij heeft een paar gouden kettingen om en ondanks dat zijn ringen om zijn vingers zitten, zijn ze niet op twee handen te tellen. Hij heeft zijn overhemd net iets te ver open en zijn grijze borsthaar kijkt over het randje. Hij zit, maar met één hand houdt hij zich de hele tijd vast aan een stang. Hij kijkt recht vooruit in de ogen van een meisje. Ze is ongeveer van mijn leeftijd en vindt de man blijkbaar wel schattig want ze probeert aandachtig te luisteren en stelt zelfs af en toe een welgemeend klinkende vraag. De man leeft op van de aanspraak en vertelt vrolijk verder.

Ik sta nog geen meter verderop en heb het gesprek half gevolgd. Zowel het meisje als de oude man hebben geen idee dat ik meeluister want ik pas mijn vaste trucje toe. Die gaat zo: Als ik denk dat er in mijn omgeving een interessant gesprek gaande is doe ik de oortjes van mijn iPod in zonder ze aan te zetten. Zo denkt iedereen dat ik muziek luister en kan ik onopvallend meeluisteren. Zo hoor ik dat de oude man zijn vrouw is kwijtgeraakt. Hij reist elke dag met deze bus heen en weer naar de begraafplaats. De ene dag brengt hij bloemen, de andere dag een kaarsje. Ook heeft hij in kamp Amersfoort gezeten tijdens de tweede wereldoorlog. Samen met zijn broertje. 'Die zit er nog steeds.' zegt de man droevig. Ik heb met hem te doen en het meisje tegenover hem blijkbaar ook, maar voordat het meisje ook maar de kans krijgt om hem te troosten gaat hij verder: 'Maar het gaat echt heel goed met me! Gaat het zo niet met alle mensen die God kennen?'

Hij haalt een geplastificeerd papiertje uit zijn binnenzak. Op de ene kant staat een foto van een concentratiekamp. 'Kamp Amersfoort' staat er in grote letters op de foto. Dan draait de man de foto om en op de achtergrond staat een adelaar met daaronder een Bijbeltekst. Ik kan niet goed zien welke tekst maar ik kan wel zien dat het meisje zich ontzettend ongemakkelijk begint te voelen. De man geeft het papiertje aan haar maar ze weigert beleefd. Hij lacht, zij zoekt naar een uitweg. Hij straalt, zij baalt.

Het meisje heeft snel op de rode knop gedrukt en zegt zenuwachtig dat ze er zo uit moet. De man knikt begrijpend en zegt: 'Je kent God toch wel hé?' Het meisje zegt niets en antwoord daarmee toch. 'God heeft het goede voor met mensen!' Het meisje knikt wel maar snapt het niet. Als de bus de volgende halte bereikt kijkt de man even naar het geplastificeerde papiertje in zijn hand. Als hij weer opkijkt, is het meisje verdwenen. Hij bergt het papiertje op in zijn binnenzak en kijkt een beetje bedroefd. Toch lijkt het niet of hij medelijden heeft met zichzelf. Hij lijkt bedroefd te zijn voor het meisje.

Ik bewonder hem en vraag me van alles af. Hoe vaak heeft hij dit al meegemaakt? Hoe vaak vindt iedereen hem een lieve, schattige, interessante oude man totdat hij weer over God begint? Ik wil tegenover hem gaan zitten en hem vertellen dat ik hem snap maar de bus zit zo vol. Ik doe het niet. Ik durf niet. Ik blijf naar hem kijken tot de halte waar ik uit moet stappen. Als ik naar mijn bestemming loop denk ik aan zijn papiertje. Er is altijd een andere kant van de medaille. Zelfs als de ene kant Kamp Amersfoort heet, heet de andere kant God. Een Christelijk cliché? Nee. Het is de waarheid. De waarheid in de persoon van een oude man die elke dag heen en weer reist naar het graf van zijn vrouw totdat hij eindelijk echt thuis zal zijn.

donderdag 21 juli 2011

Machteloze vader

Daar zijn ze weer. Die beelden op het journaal uit de Hoorn van Afrika. Beelden van kinderen die sterven van de honger. Een arts laat zien hoe los het vel van een kindje zit om aan te geven dat er letterlijk geen vlees meer op zijn botten zit. Dan zoomt de camera uit en zegt de voice-over iets over kinderen die het niet redden. In beeld ligt een grijze jutezak. Dichtgebonden. Ik ga bijna over mijn nek.

Eén beeld blijft me het meest bij. Het is het beeld van een vader. In een rood, gerafeld t-shirt ondersteunt hij in een ziekenhuis het hoofd van zijn zoontje. Hij kijkt me aan, recht door de televisie heen. Ik durf maar heel even terug te kijken. Mannen in mijn omgeving die ook vader zijn stralen altijd een soort trots uit. Ik heb mannen zien veranderen als ze hun eigen kind vast konden houden. Die blik in hun ogen is onmiskenbaar. Maar deze man straalt machteloosheid uit. Zijn trots is gebroken. Zijn ogen vertellen het verhaal van een man die met alles wat hij heeft wil zorgen voor zijn kind. Het wil beschermen tegen mensen die zijn kind iets aan willen doen, het wil vasthouden en wil zeggen dat alles goed komt. Ogen die ooit gestraald moeten hebben van geluk toen het kind ter wereld kwam. Vastbesloten om het een betere toekomst te geven. Maar het lukt niet. Hij heeft alles geprobeerd, maar vind zichzelf nu terug in een ziekenhuis, ver bij zijn geboorteplaats vandaan. Hij kan alleen nog maar het hoofd van zijn zwaar ondervoede kind ondersteunen. Zijn trots is geknakt. Het lukt niet.

Ik zit op de bank en mijn hele wereld klopt niet meer. Ik snap het niet, ik wil dit niet. Ik wil iets doen, maar weet niet wat. Ja, geld overmaken, maar het journaal zendt morgen gewoon weer zo'n reportage uit. Wat maakt het eigenlijk uit? Dit is onrecht, en het lijkt te winnen.

Als ik, in mijn eentje op de bank, denk aan die vader dan gaan mijn gedachten automatisch naar mijn hemelse Vader. Als ik mijn ogen sluit zie ik Hem zitten, in dat ziekenhuis. Aan de ene kant ben ik boos, snap ik niet waarom Hij dit toelaat. Aan de andere kant hoor ik diep in mezelf een stem die zegt: 'Waarom laat je dit toe?' En eerlijk gezegd weet ik nog niet of ik die vraag durf te beantwoorden.

zondag 17 juli 2011

Boodschapper voor een boodschappenkarretje

Mijn boodschappenkarretje wankelt over de ongelijke steentjes als er ineens een oudere vrouw voor het karretje opduikt. Ze is zich blijkbaar niet bewust van mijn totale gebrek aan controle over het ding en wordt bijna overreden. Ik sluit mijn ogen een moment en als ik opkijk staat het vrouwtje ongedeerd voor me. Het karretje is tot stilstand gekomen tegen een muurtje. Het vrouwtje kijkt me recht aan en zegt: 'Deze wereld zal nooit vergaan.'

Zo kun je het ook zien, denk ik en ik wil doorlopen. Het vrouwtje is echter niet van plan opzij te gaan en ze vraagt me of ik wel eens heb gehoord van 'Uw Koninkrijk kome.' Ik vertel dat dit het geval is. Mijn antwoord blijkt totaal niet van belang want ze vervolgt haar betoog zonder er op in te gaan. Ze somt in recordtempo een lijst bijbelteksten op terwijl ik probeer te achterhalen of mijn pak yoghurt de aanrijding met het muurtje heeft overleefd. Ik constateer dat dit het geval is en richt mijn aandacht weer op het vrouwtje. Ik probeer uit te leggen dat ik de bijbel ken en dat ik zelfs denk te weten wie God is. Ze lacht en haalt een folder uit haar tas.

De folder zou niet misstaan in een uitzending van 'Tussen Kunst en Kitsch.' Een bonte verzameling bijbelteksten in verschillende lettertypes en een afbeelding van een standbeeld. Daarbij staat een profetie geschreven waar geen touw aan vast is te knopen. Terwijl ik de folder in me opneem babbelt de vrouw verder. Ik moet me snel bekeren, want de dag van het oordeel zal de komende jaren plaatsvinden. En ik moet me niet bekeren uit angst, maar als ik het niet doe dan zal ik wel geoordeeld worden en kon het nog wel eens slecht met me aflopen. Ik probeer vriendelijk te blijven en vertel dat ik er echt vandoor moet. Ze snapt het. Ik krijg de antiek ogende folder mee en vraag me af hoeveel geld dat ding op gaat leveren bij een kitsch-veiling.

Terwijl ik de boodschappen in mijn auto zet laat de boodschapper die met doodsverachting voor mijn karretje sprong me niet los. Ondanks dat ik inhoudelijk vaak niet met haar op één lijn zit vind ik het wel heel mooi om te zien hoe toegewijd ze is. Ik kijk om en zie dat ze bezig is een jochie van 15 met keiharde muziek uit zijn mobiele telefoon tot de Heer te leiden. Haar oprechte verlangen om datgene wat haar zo dierbaar is met anderen te delen laat me niet los.

Onderweg denk ik na over het vrouwtje en haar passie voor waar ze in gelooft. Ik kan me niet voorstellen dat mensen die door haar zijn aangesproken haar snel vergeten. Ik denk dat iedereen die vandaag dit vrouwtje heeft ontmoet vanavond in bed ligt en nog even aan haar denkt. Ik wel. En ze zet me aan het denken. Hoeveel mensen heb ik iets gegeven dat ze niet zullen vergeten vandaag?

woensdag 8 juli 2009

Lego voor volwassenen

Twee dozen vol. Misschien wel drie dozen maar dat weet ik niet zeker. De dozen zitten vol met het mooiste wat Denemarken ooit heeft voortgebracht, op de helft van de genen van mijn vrouw na. Lego. Samen met mijn broer Stefan vermaak ik me uren, dagen, wekenlang met dit speelgoed. Het mooie aan Lego is dat je er alles mee kunt maken wat je maar wil. Natuurlijk kun je in de winkel kant-en-klaar pakketten kopen maar wij vinden dat niet interessant. Juist het kunnen namaken van wat je ziet is zo fascinerend. Zien we in de speelgoedgids op vrijdagavond een piratenschip? Een paar uur later hadden wij ook zo'n schip gemaakt. En ver voordat mijn ouders hun ogen openden op zaterdagochtend hadden wij al besloten dat piraten niet meer van deze tijd zijn. Vliegtuigen zijn het helemaal. We slopen onze piratenschepen en beginnen aan de bouw van een groot vliegtuig. Prachtige herinneringen aan jaren geleden. Prachtige herinneringen die weer tot leven komen op dinsdagmiddag 7 juli 2009.

Als ik uit mijn werk kom staat mijn woonkamer vol. Een hoekbank, een bureau, stoelen en twee lampjes staan, vakkundig vermomd als kartonnen doos, in mijn kamer. IKEA, staat er op alle dozen. Ik denk terug aan die jaren waarin ik het ene na het andere wereldwonder van lego in elkaar zette en kies frontaal de aanval. De hoekbank is mijn eerste slachtoffer. Het ding is opgedeeld in vier delen en na ruim twintig minuten zoeken vind ik de handleiding in de laatste doos die ik openmaak. Er zit een grote zak met onderdelen bij en ik kan niet geloven dat al die onderdelen nog in die bank moeten komen! Het is toch een hoekbank? Geen spijkerbed! Na me vier bladzijden aan de handleiding te hebben gehouden staat er een vormloos bouwsel in mijn kamer waar ik niet eens op kan zitten. Ik vertrouw het niet en besluit te doen wat ik ook altijd deed met boeken op mijn leeslijst van de middelbare school. Ik lees de laatste bladzijde door en gok dat ik het daarmee wel red. Niets is minder waar en na de handleiding uit de prullenbak te hebben gehaald en mijn trots erin te hebben gegooid ga ik verder op bladzijde vier. Drie kwartier later zijn alle schroefjes, moertjes en bouten op miraculeuze wijze in de bank verdwenen. Ik ga er even op zitten en geniet van mijn overwinning. Het is dan wel geen piratenschip maar ik hoef er morgen ook geen vliegtuig van te maken.

Dan het bureau. Vermomd als drie onschuldig uitziende kartonnen dozen heeft het ding zich opvallend stil gehouden in de hoek van de kamer. Karton en plastic vliegen in het rond als ik het bureaublad mijn wil opleg. Ik zegevier glorieus! De in hoogte verstelbare poten bieden veel meer tegenstand. De gebruiksaanwijzing van de IKEA laat terloops het woord 'waterpas' vallen. Mijn bureau lijkt op dat moment meer op een skischans maar na een half uurtje draaien en bijstellen staat het ding recht. Ik heb de slag te pakken en ik begin in een moordend tempo de stoelen en de lampjes in elkaar te zetten. Vijf uur nadat ik begonnen ben staat alles in mijn kamer. Ik waad door de kapotte kartonnen dozen en het gescheurde plastic naar de badkamer om te douchen.

Vanavond zit ik in mijn nieuw ingerichte woonkamer. Het allerbeste dat Denemarken ooit heeft voortgebracht zit te lezen op de mooie hoekbank. Ik ben een bevoorrecht mens! Ik loop met mijn hoofd in de wolken. En misschien kom ik daar nog wel een vliegtuig van Lego tegen!

woensdag 24 juni 2009

Een douchebak met dromen

Mijn douchebak heeft ook dromen. Daar ben ik de laatste weken wel achtergekomen! Hij droomt niet van wereldvrede of voedsel voor alle arme kindjes maar voor een douchebak is 'ie behoorlijk ambitieus. Mijn douchebak wil namelijk graag een ligbad zijn. Nu brengt dit enkele problemen met zich mee. Zo is mijn badkamer net groot genoeg voor een half ligbad en is de douchebak niet diep genoeg om in te kunnen liggen. Maar dat schrikt mijn douchebak niet af! Hij loopt steevast vol tijdens het douchen in de hoop dat ik ga liggen. Dat doe ik niet. Integendeel: ik ben gaan staan. Ik ben gaan lopen. Naar een kluswinkel aan de Utrechtse grachten om ontstopper te halen.
Rond half twaalf 's ochtends stap ik de winkel in. Ik heb zo'n tien minuten uitgetrokken voor dit klusje en dat is inclusief de reistijd. De vrouw achter de toonbank heeft me al gezien voor ik de winkel binnen ben gestapt.

'Hoi schat, kan ik je helpen?' klinkt het van achter de toonbank.
'Hallo. Ik hoop het. Ik ben op zoek naar een ontstopper voor mijn douchebak.'
'Oh? Is 'ie verstopt?'
Ik denk: 'Nee, natuurlijk niet!' Maar zeg: 'Inderdaad!'

Langzaam begin ik te beseffen dat dit wel eens iets langer kan gaan duren dan de geplande tien minuten. Ik krijg gelijk. Met een buitenaards enthousiasme stort de vrouw zich op de gootsteenontstoppers. De plopkap wordt me met klem afgeraden en de korrels ook. Na een monoloog die voor mijn gevoel een kleine drie kwartier duurt, staat er ineens een fles gootsteenontstopper voor me op de toonbank. 'Doe deze maar' zeg ik, licht overbluft door het hoorcollege over ontstoppingsmiddelen. En net als ik wil afrekenen zwaait er een deur, vermomt als gereedschapskast, open. Een gezette man van in de zestig komt uit het magazijn.

'Zo, last van verstopte gootjes?' vraag hij op zijn beurt.
'Ja!' zegt de vrouw, nog voordat ik zelf kan antwoorden.
'Weet 'ie wel dat er ook korrels zijn?'
'Ja, dat heb ik 'm net verteld.'
'En die plopkap dan. Is dat niet iets voor hem?'

Ik begin mijn zelfbeheersing langzaam te verliezen. Ik wijs de vrouw achter de toonbank er zo vriendelijk mogelijk op dat ik nu toch echt wil afrekenen. Ze kijkt me geërgerd aan alsof ze wil zeggen 'je ziet toch dat ik in gesprek ben?' Ik sta, met pinpas in de aanslag, klaar als de vrouw met de hand een bon begint uit te schrijven. Als ik bedacht heb dat ik geen bon wil is ze al halverwege dus ik besluit het erbij te laten. Zelfs een kleuter kleurt sneller een kleurplaat in dan deze vrouw een bonnetje uitschrijft. Het duurt intussen zo lang dat ik, naast mijn horloge, ook mijn biologische klok hoor tikken. Wat doe ik met mijn leven?

'Ik wil graag pinnen.'
'Oh! Hij wil graag pinnen.'
'Ja.'
'Effe die automaat pakken hoor!'
'Tuurlijk, ik heb alle tijd!'

Nadat ik mijn pincode heb ingetoetst en akkoord ben gegaan met het bedrag dat in het venster is verschenen graai ik de fles van de toonbank en haast me naar buiten. Mijn bezoek aan de kluswinkel was een nachtmerrie. Nu op naar mijn douchebak om een einde te maken aan zijn dromen!

zondag 17 mei 2009

Komkommertijd

Het is bijna komkommertijd dus het komkommernieuws rukt op! Net als de Mexicaanse griep trouwens, maar door hoort u niks meer over want...het komkommernieuws rukt dus op. Ik zie langzaam de eerste tekenen van de komkommertijd komen. Jazeker, het duurt nog een maandje maar als columnist kun je er niet vroeg genoeg bij zijn. U kent het wel: Komkommernieuws. Nieuws dat eigenlijk geen nieuws is, nieuws dat eigenlijk niemand wil horen en dat daarom in de zomervakantie naar buiten komt. Nieuws zonder nieuwswaarde, nieuws voor de stagiaires op de redactie, nieuws waar De Telegraaf het hele jaar haar pagina's mee vult.

Wat dat betreft houdt de regering van Sri-Lanka er een prachtige planning op na. De laatste Tamil Tijger wordt vlak voor de zomervakantie uitgerookt. Probleem opgelost. Prettige vakantie westerse wereld! Dus waar zullen we het dit jaar eens over hebben? Over een wit everzwijn op de veluwe die achteraf een hond blijkt te zijn? Of herinnert u zich nog de ontsnapte slang uit Almere? Het baasje van het beest begreep niet waarom die slang was weggelopen. Misschien had iemand de arme man moeten vertellen dat a. een slang helemaal niet kan lopen en b. iedereen die in Almere woont wel eens een ontsnappingspoging doet.

Op sportgebied voorspel ik een goede komkommertijd. Er wordt veel gefietst maar de tour gaan we echt niet winnen. Theo Bos trekt misschien nog wat collega's van de fiets tijdens een massasprint en gaat daarna ook uitgebreid op vakantie om bij te komen. Geen EK, geen WK, geen Olympische Spelen. Wel wat tennistoernooien natuurlijk. Roland Garos en Wimbledon staan zoals gewoonlijk op de planning. Thiemo De Bakker (wie?!), Jesse Huta Galung (pardon?!) en Raemon Sluiter zullen ruimschoots het sportjournaal halen om te vertellen waarom ze nog steeds niet tot de mondiale tennistop behoren.

Het is nu een kwestie van aftellen tot het journaal de jaarlijkse barbecue van het voltallige parlement als eerste item behandelt en de komkommertijd bijna écht begint. Ik vind dat elk jaar opnieuw een geweldig moment. Politici proberen altijd nog even een goedbedoeld statement te maken tegenover de pers. De Partij voor de Dieren en GroenLinks zullen ongetwijfeld nog een spoeddebat willen over het soort vlees dat gebruikt wordt voor de barbecue. 'Namens alle dieren' zoals dat dan heet. Kansloos natuurlijk en er komt geen hond naar dat spoeddebat. Alle zichzelf respecterende politici staan dan al in de rij voor de barbecue en als GroenLinks en de Partij voor de Dieren eindelijk aansluiten is het vlees op. Salade dan maar. Liefst een komkommersalade natuurlijk. Past goed bij de tijd van het jaar.

zaterdag 9 mei 2009

Zingen in de supermarkt

Zaterdagavond is nooit een goed moment om boodschappen te doen. Toch doe ik altijd boodschappen op zaterdagavond maar dat heeft meer te maken met het feit dat ik per definitie geen enkel moment geschikt vind om boodschappen te doen. Dus wordt het zaterdagavond.

Als klein kind mocht ik mijn eigen karretje meenemen. Dat is een normaal boodschappenkarretje maar dan in kinderformaat. Racen tegen mijn broertje, botsen tegen de schappen en nog lang niet weg willen als papa en mama al stonden af te rekenen. Nu kijk ik uit naar het afrekenen.

Als ik de winkel binnenloop zit er rechts van mij een meisje in het raam. Ze is hooguit zeven jaar jong en heeft twee blonde vlechtjes. Ze bewaakt een rugzak. Ze wil blijkbaar niet de winkel in. Dan bedenk ik me dat ze hier geen kinderkarretjes hebben en dat dit voor haar waarschijnlijk de beste plek is om op papa en mama te wachten. Dus ik loop snel door naar de winkelmandjes en begin in een extreem tempo mijn boodschappen bij elkaar te sprokkelen. Ook dat is geen goed idee want je vergeet van alles. Bijna bij de kassa, terug naar de groente- en fruitafdeling bij de ingang. Bijna het schap met de chips bereikt? Terug naar de sauzen vlakbij de eerder genoemde groente- en fruit afdeling. Haastige spoed is zelden goed. Boodschappen doen is zelden goed wat mij betreft. Met elk artikel dat ik in mijn mandje stop stapelt de frustratie zich op. Nog even en ik ga een pak spaghetti de huid volschelden.

Dan volgt het afrekenritueel. Ik ben er behoorlijk bedreven in geworden. Nog voordat de cassiëre haar ongeïnteresseerde blik mijn kant op kan draaien roep ik snel: 'Hier is de bonuskaart, ik hoef geen bonnetje.' De ongeïnteresseerde blik stopt even en draait dan langzaam terug naar het schermpje van de kassa. Ik heb mijn pinpas al in de aanslag en doe een spontane aanval op het wereldrecord afrekenen. Ik geef het op als blijkt dat ik verkeerde pincode heb ingetoetst. 'U heeft de verkeerde pincode ingetoetst.' mompelt de cassiëre. Ik slik de zin in waarmee ik haar de mond wil snoeren en zeg 'Ik zie het ja.'

Tijdens het inpakken van mijn tas hoor ik boven alle herrie uit een kinderstem. De bliepjes van de kassa's, het kraken van de zakken chips die ik heb gekocht, ze verdwijnen eventjes. Ik draai me om en zie het meisje met de rugtas. Ze zingt in het raam. Ze kan zichzelf zien zitten en zingt een liedje dat ik niet ken. Terwijl ze zingt bekijkt ze zichzelf. Alsof ze zelf de ster én het publiek is. Ik blijf net lang genoeg luisteren om mijn boodschappen te laat in te pakken. De man achter me probeert mijn boodschappen en de zijne te scheiden. 'Tja,' denk ik 'moet je maar niet op zaterdagavond boodschappen gaan doen! Iedereen weet toch dat dat een slechte tijd is!'

Ik kijk het zingende meisje aan als ik de winkel uitloop en krijg een strenge blik. Ze pakt de rugzak nog even extra stevig vast. Ik lach naar haar en denk 'Wat geweldig dat ze hier geen kinderkarretjes hebben.'

maandag 4 mei 2009

Nooit meer stil

Ik loop rustig de winkel uit. Mijn to-go maaltijd in mijn hand. Terwijl ik me voorneem om ooit eens echt met stokjes te leren eten haal ik de plastic vork uit mijn binnenzak. Ik wilde eigenlijk pasta maken maar de supermarkt sluit vandaag om 19:00. Dat weet ik pas sinds ik, samen met mijn lege bierkratje, voor de schuifdeur van de betreffende supermarkt stond. 'Vandaag eerder gesloten i.v.m. dodenherdenking' staat er op een bordje achter het raam. Ik kijk naar mijn lege bierkratje, loop nog een keer quasi nonchalant langs de sensor van de schuifdeur in de hoop dat 'ie toch opengaat, kijk weer naar mijn lege bierkratje en keer dan terug naar huis.

Dodenherdenking! Ik wil eigenlijk wel om 20:00 thuis zijn maar om nou nog een half uur te wachten met eten zie ik ook niet zitten. Ik waag het erop en trek snel mijn schoenen weer aan. Onderweg naar de eetgelegenheid waar mijn keuze op is gevallen denk ik na over de 4 mei's die ik al heb meegemaakt. Dit wordt de 25e. Het roept herrineringen op. Als klein kind moest ik bijvoorbeeld stoppen met voetballen en naast mijn ouders op de bank zitten. Ik was zo'n joch dat midden in de stilte begon te vragen waar om het stil was. Waarop ik steevast als antwoord kreeg dat het nu niet zo'n goed moment was om dat uit te leggen. Nadat de twee minuten waren verstreken probeerden mijn ouders me alsnog het antwoord op mijn vraag te geven maar ik stond vaak alweer in de spits op het speelveldje te wachten op de volgende bal voor open doel.

Toch ben ik de doden altijd blijven herdenken. Ook toen ik 's avonds niet meer ging voetballen maar ging stappen. Ook toen ik 's avonds niet meer ging stappen maar bij vrienden langs ging. Ik ben altijd even twee minuten stil geweest. Gewoon, omdat dat goed is om te doen. Omdat mijn ouders me al zo lang als ik me kan herrineren binnen riepen om iets voor acht 's avonds op vier mei.

En nu loop ik op straat. Mijn ouders komen me niet halen, ik hoef niet te stappen en ik hoef ook niet bij vrienden langs. Ik sta midden in Utrecht als de Dom acht zware klokslagen laat horen. Ik sta aan de Oude Gracht stil te zijn als er andere mensen aan de oude gracht luidruchtig lopen te zijn. Ik heb de pest aan die mensen. Ik wil ze eigenlijk aanspreken op het feit dat het fijn zou zijn als ze gewoon twee minuten hun kop dicht houden. Maar ja, dan wordt ik dus één van die mensen die zijn kop niet houdt! Dilemma. En dat lost zichzelf op want de mensen lopen verder. Om 20:03 overweeg ik nog even of ik de mensen na wil schreeuwen maar besluit dat het wel goed is zo.

Als ik bijna thuis ben merk ik dat ik een beetje bedroefd ben. En dan niet eens zozeer om de doden die ik zojuist heb herdacht maar omdat ik me ineens besef dat het hier in Nederland nooit meer helemaal stil zal zijn.

(c) Matt Walda, 4 mei 2009